Pas in Nederland besefte ik dat ik moslim ben

Een dag na de verkiezingen ontmoeten kritische moslimdenkers elkaar bij MUSLIMS REPRESENT! We zijn in Theater de Kikker in hartje Utrecht. ‘Zelf-representatie van moslims en het bouwen aan een divers en kritisch moslimgeluid’ staat op het witte scherm van de kleine zaal. Nawal Mustafa van Amnesty International is de moderator. De avond is georganiseerd door de Turks-Koerdische werkgroep van The Hague Peace Projects.

Na dialoogbijeenkomsten in Den Haag en Rotterdam wordt in Utrecht een breder moslimperspectief geïntroduceerd. “We zijn als Turken en Koerden de dialoog gestart, maar we zijn ook Nederlanders, moslims of moslim-atheïsten”, zeg ik ter inleiding. De project-coördinator Bedel Bayrak: “We willen ook een platform zijn voor kritische en diverse geluiden binnen de moslimgemeenschap”.

Moslims gaan zichzelf vertegenwoordigen vanavond en als “moslims onder elkaar” het debat aan. Heel mooi. En toch is de eerste spreker een witte Nederlander. Maar wel een moslim: Margreet van Es. Ze heeft een proefschrift geschreven over stereotypering van moslimvrouwen in de media. Ze beschrijft hoe vrouwen met een islamitische achtergrond zich al meer dan 35 jaar verzetten tegen het stereotype beeld van de moslimvrouw.

“In het publieke debat over moslims gaat het altijd over problemen”, aldus Van Es. En in die discussie komen moslims zelf vrij weinig aan het woord”, aldus Van Es. Ze heeft krantenberichten van de NRC van 1975 tot 2010 over moslimvrouwen onder de loep gelegd. “Van alle vrouwen die aan het woord komen, is minder dan een derde moslimvrouw.” Het is haar ook opgevallen dat moslims in Nederland van alle kanten in de gaten worden gehouden. Moslims worden heel snel weggezet als “radicaal” of juist als “huismoslims”: voorbeeldallochtonen de opzichtig hun loyaliteit aan de dominante meerderheid belijden.

Zelf-kritiek

In de paneldiscussie met activist en docent Abulqasim Al Jaberi, directeur van Stichting Maruf Dino Suhonic en PhD-student hermeneutiek Yusuf Çelik en Van Es gaat het snel over zelf-kritiek onder moslims. Al Jaberi is fel: “Dit is niet de tijd om zelfkritisch te zijn. Wanneer de moslimgemeenschap zo onder druk staat door een escalerend islamofobe aanval, kan zelfkritiek alleen in safe zones, dus zonder huismoslims en een witte omgeving.”

Vervolgens legt Al Jaberi de nadruk op kolonialisme. Hij komt zelf uit Irak. “Geweld heeft mij en mijn familie en andere Irakezen hier naartoe doen vluchten. Koloniaal
geweld van Amerika. Ons land is kapotgebombardeerd. En dat gaat nog steeds door. Nederland doet daar aan mee.”

Er zit een boos ritme in het betoog van Al Jaberi. Anti-imperialistisch. “Nederland is een gewelddadig koloniaal land. Toen na de Tweede Wereldoorlog de bevrijding werd gevierd, woedde in Indonesië een koloniale oorlog, waar hele dorpen zijn uitgemoord en Indonesiers zijn verkracht. De Nederlandse geest is doordrenkt met kolonialisme, het is verankerd in de Nederlandse mentaliteit. Daarom kan mijn Nederlanderschap niet beginnen. Eerst was ik statushouder. Daarna een tweede-klasse Nederlander als allochtoon.”

Yusuf Çelik reageert: “Als iemand die in Nederland is geboren heb ik een andere ervaring, een andere geschiedenis en daarom zal mijn conclusie ook anders zijn. Nederland heeft mijn regio in Koerdistan niet gebombardeerd. De reden dat ik hier ben is omdat Turkije het Koerdische deel heeft verwaarloosd. Omdat ik in een mulitculturele omgeving ben opgegroeid, is er vermenging geweest. We hebben dingen van Nederlanders overgenomen en daardoor ben ik ook een Nederlander.”

Vals bewustzijn

Çelik is onderzoeker. De woorden die uit zijn mond komen verraden dat hij in de boeken zit. Ergens zegt hij “reformistische retoriek”: het vertalen van zijn Nederlander-zijn en zijn geloofsbelevenis in iets nieuws. “Ik kan deze dingen niet meer scheiden. Is tolerantie iets Nederlands? Dat is een vals bewustzijn. Er zijn nu bij moslims twee houdingen. Terughoudendheid en modernisme. Modernisten willen uit nieuwe ervaringen de traditie heropbouwen. Maar nu uit oprechtheid.”

Dino Suhonic is de volgende. “Pas in Nederland besefte ik dat ik een moslim ben. In 1992 zijn we als vluchteling uit Bosnië hier naartoe gekomen. Daarna zijn we weer terug gegaan. En sinds 2003 ben ik weer in Nederland.” De moord op Theo van Gogh was bepalend. Daarna realiseerde Suhonic zich dat “you can be perceived as a Muslim“. Een confrontatie die herkenbaar is voor zoveel moslims.

Dan onderbreekt de moderator Mustafa hem voor wat ze zelf een “gekke vraag” noemt: “Maar je lijkt niet op een moslim?”

Suhonic: “Ja, die krijg ik vaak te horen. Vooral van moslims overigens.” Hij is donkerblond, heeft blauwe ogen en een lichte huid. In de woordenregen die Suhonic typeert, zegt hij tussen neus en lippen: “My queerness buys my Dutchness”. Hij krijgt van witte Nederlanders vaak de vraag: “waarom ben je nog steeds moslim als je homo bent?”. Dat is de narratief van de bevrijde moslim. Maar Suhonic is de personificatie van het feit dat het een schijntegenstelling is. De intersectie wordt nooit gezien.

Witte omgeving

Ik ben met gedachten bij Abulqasim Al Jaberi. Ik stel hem de vraag: “waarom zou je niet zelf-kritisch mogen zijn in een witte omgeving?” Al Jaberi: “In een omgeving die zo vijandig is, is mijns inziens de behoefte aan een emancipatoir geluid het grootst. Zelfkastijding en zeggen: ja, je hebt gelijk, dat hebben we nu niet nodig.”

Nu reageert Van Es: “Moeten we de publieke ruimte ook nog steeds als een witte omgeving beschouwen, is dat niet essentialistisch?” Daarna vertelt ze een verhaal over drie zelfkritische moslimvrouwen in Noorwegen die het claimen van de publieke ruimte juist zien als een radicale vorm van anti-racisme. Çelik is het met haar eens en wil waken voor “valse tegenstellingen”. De valkuil is dat je op een gegeven moment simpelweg vergeet zelfkritisch te zijn. Zo heeft DENK geen zelfreflectie, aldus Çelik. Suhonic is voorzichtiger: “Dit is een heel gevoelig onderwerp. Wat mij bijzonder irriteert is het pinktesten van de moslimgemeenschap. Dat is een werkelijkheid. Daarom vind ik het beter om binnen de eigen kring gevoelige zaken bespreekbaar te maken.”

Al Jaberi heeft een tijdje gewacht, maar komt hard terug: “Een witte vrouw zegt tegen mij: ‘maar moslims zelf zeggen het ook’, dat gebeurt altijd, dat was ook de retoriek van Laura Bush geweest toen Amerika Afghanistan binnenviel “we moeten de bruine vrouwen redden van bruine mannen”. Dat is altijd de smoes-discourse geweest.

Çelik is verontwaardigd: “Hoe kan iets een smoes zijn als het gewoon feitelijk zo is? Mijn moeder was de slimste van al haar broeders en zusters. Maar ze mocht niet studeren. Dit probleem wil ik niet uit de weg gaan, alleen omdat het niet past in een anti-imperialistisch frame.”

Kritisch moslimplatform

De toon is gezet. Mustafa gaat naar de zaal. Damon Golriz, die we kennen van het Comité van Ex-Moslims, zit in het publiek en stelt een vraag: “Abuqasim heeft het over racisme de hele tijd. Maar je noemt een ander panellid witte Nederlander. Dat kan toch niet? Verder heeft een partij als DENK drie zetels gehaald. Ze nemen geen afstand van Erdogan. Waarom horen we daar niks over?”

Van Es neutraliseert de spanning enigszins door te zeggen dat ze het niet erg vindt dat ze witte Nederlander wordt genoemd. Al Jaberi: “Witheid en witte superioriteit zijn feiten. Ik zal dat altijd benoemen.”

Suhonic: “Ik heb eergisteren op Facebook Erdogan hard aangepakt nav zijn uitspraken over Srebrenica. Daar heb ik dan een paar likes voor mogen ontvangen. Een queermoslim die afstand neemt van Erdogan. Who cares? Wat moet ik nog meer doen?”

Na de pauze met muziek gaat het over zelforganisatie. Is het nodig om een kritisch moslimplatform op te richten?

Çelik: “Als academicus zie ik dat er veel moslimdenkers zijn op academisch niveau. Maar die zitten vaak in een ivoren toren. Het is belangrijk dat hun onderzoek ook de massa bereikt. Zo wordt de sharia gereduceerd tot lijfstraffen. Ook door moslims zelf. Terwijl er meer is.”

Kiezen voor knuffelen

Uit de zaal horen we diverse geluiden. Er zijn al platforms zoals MVSLIM. “De gemiddelde moskee voldoet niet aan de eisen van actief burgerschap, of inclusieve geloofsbeleving”, zegt Berna Toprak. “Waarom zouden er platforms moeten komen om anderen te pleasen“, vraagt een ander. Al Jaberi is het met “de broeder” eens: “Gaan we kiezen voor knuffelen? Welke sociale strijd heeft het knuffelen ons gebracht? We moeten ons verzetten tegen racisme. Dat is de weg naar bevrijding. Maar platformen kunnen bestaan. Een beweging hoeft niet alles te monopoliseren.”

Er zijn nog meer vragen. Is er niks tussen geknuffel en strijd? Een ander pleit voor een intersectioneel moslimgeluid, waar aandacht is tegen alle vormen van onderdrukking. Is intersectioneel niet een seculier concept? “Nee, de islam is zeer een zeer intersectioneel-vriendelijk geloof”, beweert Suhonic.

Het debat is terug te kijken: deel 1, deel 2 en deel 3.

Tayfun Balçik is historicus, gespecialiseerd in de moderne geschiedenis van Turkije en die van Amsterdam-West. Hij heeft een Facebook-pagina.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s