Brief aan minister Blok over situatie in de Rif

De Tweede Kamer der Staten-Generaal
Vaste commissie Buitenlandse Zaken
De Lange Poten 4, 2511 CL Den Haag
Aan de minister van Buitenlandse Zaken
drs. S.A. Blok
Amsterdam, 28 juni 2018

Geachte heer Blok,

Vandaag vindt in de Vaste Commissie Buitenlandse Zaken het Algemeen Overleg Marokko plaats. Tijdens dit overleg zal de situatie in Marokko en de Westelijke Sahara aan de orde komen. Zoals u wellicht heeft vernomen zijn eergisteren rond middernacht de vonnissen van de Riffijnse gewetensgevangenen in Marokko uitgesproken. Vonnissen variërend tussen 2 en 20 jaar celstraf, zie bijgesloten bijlage voor een overzicht van de vonnissen. Vonnissen die ons, de families van de Riffijnse gewetensgevangenen in Marokko voor de rest van ons leven hebben getekend. Vanuit de Marokkaanse gemeenschap juichen wij uiteraard elk debat dat tot doel heeft om de situatie in Marokko te verbeteren toe. Echter willen wij een aantal kanttekeningen plaatsen bij onder andere
uw brief van 21 juli jongstleden en stilstaan bij uw toekomstbeeld als vertegenwoordiger van de Staat der Nederlanden over Marokko.

In uw brief geeft u aan dat Nederland een speciale band heeft met Marokko in verband met de ca. 400.000 Nederlanders met Marokkaanse wortels. Echter, deze groep Marokkaanse-Nederlanders wordt grotendeels gevormd door Marokkanen die hun wortels hebben in de Rif. Een regio dat tot vandaag de dag stelselmatig wordt onderdrukt en achtergesteld. In april heeft u een werkbezoek gebracht aan Marokko om onder meer aandacht te vragen voor de situatie in de Rif, helaas hebben wij u weinig horen zeggen over de situatie van uw collega’s Kati Piri en Lilianne Ploumen die twee weken voor uw bezoek de toegang tot de stad Al Hoceima zijn ontzegd en hun werkbezoek vroegtijdig moesten verbreken. Ook vinden wij het jammer dat u zelf niet een bezoek heeft gebracht aan de Rif om de situatie met eigen ogen te zien. Wij zijn dan ook verbaasd over het aantal zinnen dat u in de brief heeft toegewijd aan de situatie in de Rif. En in het
bijzonder de mensenrechtenschendingen in de regio.

Mensenrechtenschendingen

Zoals u weet wordt de Rif (de omgeving rondom de stad Al Hoceima) al bijna twee jaar gemarginaliseerd en onderdrukt door de centrale overheid. Meer dan 2000 onschuldige burgers voornamelijk jongeren moesten het ontgelden. Een deel daarvan heeft zijn celstraf uitgezet, anderen zijn weer in voorarrest. De arrestaties en ontvoeringen zijn echter niet gestopt en gaan tot de dag van vandaag ongestoord door. Voor ons is het onbegrijpelijk dat u kansen ziet in een land dat (inter)nationale wetgeving en verdragen meermaals heeft geschonden. Verschillende mensenrechtenorganisaties hebben meerdere keren gerapporteerd over de structurele martelingen, verkrachtingen, mishandelingen en vernederingen die de gevangenen hebben moeten doorstaan. Amnesty International heeft op 22 juni 2017 gerapporteerd over de mishandelingen van onder andere de protestleider Nasser Zafzafi. Ook Human Rights Watch heeft op 5 september 2017 gerapporteerd over de mensenrechtenschendingen door de politieagenten, de schendingen zijn zelfs bevestigd door de medische rapporten van de Marokkaanse mensenrechtenraad National des Droits de l’Homme (CNDH) waar de heer Al Yazami de voorzitter van is. De medische rapporten zijn echter nooit openbaar gemaakt.

De protestleider Nasser Zafzafi zit al meer dan een jaar in eenzame opsluiting, een schending dat alle boekjes te buiten gaat. Volgens Artikel 44 van ‘The United Nations Standard Minimum Rules for the Treatment of Prisoners’ mag een gevangene niet meer dan 15 dagen opeenvolgend in de isoleercel verblijven. Amnesty International heeft op 28 november 2017 haar zorgen geuit over de toen 176 dagen die Nasser Zafzafi in de isoleercel heeft doorgebracht. Dat houdt in meer dan 22 uur zonder contact met medegevangene, beperkte vrijheden en in een kleine en onhygiënische ruimte verblijven. Ook de persvrijheid en vrijheid van meningsuiting waar Nederland veel waarde aan hecht worden in Marokko meermaals geschonden. Meerdere journalisten zijn sinds de protesten in de Rif opgepakt. De Marokkaanse autoriteiten blokkeren door juridische en fysieke intimidaties elk kritisch geluid van binnenlandse en buitenlandse journalisten. In the World Press Freedom Index staat Marokko van de 180 landen op de 135ste plek, een land dat in 5 jaar tijd twee plaatsen is gezakt als het gaat om de persvrijheid. Hoe kan Nederland op alle terreinen breed willen investeren in een land dat haar eigen democratische waarden niet respecteert?

Subsidiegelden

Het is goed om te lezen dat Nederland voornemens is om te investeren in de economische ontwikkeling van Marokko, minder fijn is om te zien dat dit soort investeringen nauwelijks of deels ten goede komt aan de juiste doelgroepen. Marokko kent nog altijd een hoge corruptie-index. Verder valt ons op dat Nederland ervoor kiest om projecten te starten in de ontwikkelde steden van Marokko zoals Rabat en Tanger. Zoals wij aan het begin van de brief hebben aangegeven komt de grootse groep Marokkaanse Nederlanders uit het hart van de Rif, het gebied dat door onze ouders is verlaten omdat het economisch erbarmelijk aan toeging. Het is zeer spijtig om in uw brief te lezen dat Nederland steeds dezelfde fout maakt, namelijk de kloof tussen de ontwikkelde steden zoals Rabat en Tanger waar de Orange Corners worden gevestigd en de steden die de subsidiegelden het hardst nodig hebben groter wordt gemaakt. Wij vinden het ook jammer dat Nederland de subsidie voor het Shiraka-programma dat onderdeel is van het Nederlandse Fonds voor Regionale Partnerschappen (NFRP) dat ten doel dient het bevorderen van het democratisch bestel in de MENA-regio met vier jaar is verlengd tot 2022. Het is vooral spijtig omdat het geld zelden wordt geïnvesteerd in projecten in de Rif of terecht komt bij de juiste mensen. Naar ons mening dient Nederland toezicht te houden en onderzoek te doen naar alle projecten in Marokko die zij financieel ondersteunt en erop toeziet dat het geld ook toekomt aan de kwetsbare steden in de Rif.

Vervolgstappen

In uw brief stelt u vast dat Marokkaanse Nederlanders zich geen zorgen hoeven te maken om gearresteerd te worden in Marokko, mits zij de Marokkaanse wetgeving niet overtreden. Hetzelfde hebben wij vernomen van de Nederlandse Ambassadrice in Marokko mevrouw Bonis. Wij de familieleden van de gewetensgevangenen worden direct en indirect via onze familieleden in de gevangenis bedreigd en geïntimideerd. Om die reden maken wij ondanks de garanties vanuit de Marokkaanse autoriteiten ons zorgen over ons lot. Zolang deze mondelinge toezegging op geen enkel juridische grondslag is berust en wordt ondersteund, zullen wij ons onveilig voelen. Wij hopen dan ook dat u mede namens de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking de Marokkaanse autoriteiten zal vragen om deze mondelinge toezegging hard te maken.

Verder willen wij graag van u weten of u op de hoogte bent van de valse beschuldigingen van de Marokkaanse autoriteiten richting de Riffijnse activisten? Namelijk dat zij worden beschuldigd van separatisme. Een beschuldiging waar volgens de Marokkaanse wet levenslang op staat.

Tot slot zijn wij benieuwd naar uw vervolgstappen inzake de situatie in de Rif. Wat kunnen de Marokkaanse Nederlanders van u concreet verwachten? Tevens hopen wij als bezorgde Nederlandse staatsburgers met Marokkaanse wortels met u als minister van Buitenlandse Zaken in gesprek te gaan. Uiteraard hopen wij op korte termijn een uitnodiging van u te mogen ontvangen.

Hoogachtend,

Namens de families van de Riffijnse gewetensgevangenen in Marokko.
Farida Houdoe – Zus van protestleider gewetensgevangene Abdelali Houdoe in de gevangenis van Oukacha te
Casablanca
Imad Maghouh – Broer van Mohamed maghouh gewetensgevangene in de gevangenis van Oukacha te Casablanca
Ibrahim Iamrachen – Broer van gewetensgevangene Mortada Iamrachen gevangenis in Taza
Oualid Mallorca – Neef van de protestleider Nasser Zafzafi in de gevangenis van Oukacha te Casablanca

Overzicht vonnissen uitgesproken door de rechtbank te Casablanca tegen de Riffijnse
gewetensgevangenen op 27 juni 2018.

1. Nasser Zafzafi 20 jaar
2. Mohamed Elmajjaoui 5 jaar
3. Nabil Ahamjik 20 jaar
4. Mohamed Jelloul 10 jaar
5. Samir Ighid 20 jaar
6. Mahmoud Ahannouch 15 jaar
7. Rachid Aamarouch 10 jaar
8. Mohamed Asrihi 5 jaar
9. Elhaki 15 jaar
10. Zakaria Adahchour 15 jaar
11. Bilal Ahabad 10 jaar
12. Jamal Bouhaddou 10 jaar
13. Achraf Elyakhloufi 5 jaar
14. Othman Bouzian 3 jaar
15. Mohamed Naimi 3 jaar
16. Anas Elkhattabi 2 jaar
17. Fahim Ghattas 2 jaar
18. Mohsin Athari 2 jaar
19. Rabie Ablake 5 jaar
20. Youssef Elhamdioui 3 jaar
21. Ilyas Elhaji 5 jaar
22. Mohamed Elhani 3 jaar
23. Chakir Elmakhrout 5 jaar
24. Salah Lakhchem 10 jaar
25. Ibrahim Bouzian 3 jaar
26. Badr Boulahjal 2 jaar
27. Ahmed Elhakimi 2 jaar
28. Abdelaziz Khali 2 jaar
29. Jamal Mona 2 jaar
30. Fouad Saidi 3 jaar
31. Jaouad Sabiri 2 jaar
32. Jaouad Benzian 2 jaar
33. Ibrahim Abeqqouy 5 jaar
34. Soleiman Elfahili 5 jaar
35. Karim Amghar 10 jaar
36. Ahmed Hazzat 2 jaar
37. Mohamed Meggouh 2 jaar
38. Mohamed Elmahdali 3 jaar
39. Abdelali Houdoe 5 jaar
40. Hassan El Idrissi 5 jaar
41. Omar Bouhras 10 jaar
42. Wassim El Bousattati. 20 jaar
43. Abdelkhair Elyasnari 2 jaar
44. Abdelhak Sadik 2 jaar
45. Monaim Asartiho 2000 Dirham

0 replies

Leave a Reply

Want to join the discussion?
Feel free to contribute!

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *