Dertig jaar onderzoek naar berichtgeving over moslims in Nederlandse media.

Door Ewoud Butter op 18-11-2018 | 11:30

Sinds eind jaren ’80 wordt er met regelmaat onderzoek gedaan naar de wijze waarop Nederlandse media berichten over moslims. Ewoud Butter maakte een overzicht. Deel I.

Tot aan het begin van de jaren ’90 was de Turkse Nederlander Mehmet Pamuk ongetwijfeld de bekendste Nederlandse moslim. De immer in archaïsch Nederlands formulerende Pamuk was geen bestaand persoon, maar een van de vele typetjes van Kees van Kooten in de programma’s die hij jarenlang samen met Wim de Bie voor de VPRO maakte. Behalve ‘Mehmet Pamuk’ verschenen er in die jaren zelden moslims in de Nederlandse media. Wanneer er destijds werd geschreven over bijvoorbeeld Turkse en Marokkaanse ‘gastarbeiders’ in Nederland, samen de grootste groep Nederlandse moslims, dan ging het zelden over hun geloof. Over moslims werd zo nu en dan vooral geschreven op de buitenlandpagina’s van de kranten of, in een verder verleden, op de pagina’s over de ‘overzeesche gebieden’.

De wijze waarop in Nederland moslims al eeuwenlang werden afgebeeld, was amper onderwerp van onderzoek of debat. De internationale discussie die naar aanleiding van Edward Saids boek Oriëntalism (1978) was losgebarsten over de vaak karikaturale wijze waarop in het Westen ‘moslims’ en ‘de Arabische wereld werden afgebeeld als ‘de inferieure Ander’, drong nauwelijks door tot de Nederlandse media, ondanks inspanningen van bijvoorbeeld de werkgroep Media en Racisme (later Media en Migranten) van de Nederlandse Vereniging van Journalisten.

Het veranderde definitief eind jaren ’80 tijdens ‘de Rushdie-affaire’. Deze affaire was niet alleen exemplarisch voor de wijze waarop in Nederland door media, opiniemakers en politici sindsdien over islam en moslims wordt gesproken, maar zorgde ook voor toenemende aandacht van de pers voor Nederlandse moslims.

Rushdie-affaire en reacties

Op 14 februari 1989 vaardigde ayatollah Khomeini, politiek en geestelijk leider van Iran, een fatwa uit tegen de schrijver Salman Rushdie naar aanleiding van zijn roman The Satanic Verses. In verschillende landen leidde dit tot demonstraties tegen Rushdie.

In Nederland werd naar aanleiding van de Rushdie affaire het Islamitisch Landelijk Comité (ILC) opgericht, een van de eerste samenwerkingsverbanden van islamitische koepelorganisaties. Het ILC liet in eerste instantie weten het boek van Rushdie niet te willen verbieden, maar besloot later toch te willen voorkomen dat het boek in Nederland zou worden verspreid. Dat mislukte al snel, vooral tot ongenoegen van vooral Pakistaanse moslims die demonstraties in Den Haag en Rotterdam organiseerden, waarbij een pop werd verbrand en een spandoek ‘Dood aan Rushdie’ zichtbaar was. Minister van Binnenlandse Zaken Van Dijk nodigde hierop moslimsorganisaties uit om te laten  weten dat kreten als “Rushdie moet dood” en popverbrandingen in Nederland echt niet kunnen.

De Rushdie affaire vormde voor de Nederlandse pers aanleiding vrij massaal aandacht te besteden aan moslims in Nederland. Staatrechtsgeleerde Couwenberg waarschuwde in NRC-Handelsblad voor de ‘vijfde colonne van de grote leider van het islamisch extremisme Komeiny’ (NRC, 21/3/89) en Gerrit Komrij schreef in zijn column in dezelfde krant:

“Als één ding duidelijk wordt, nu duizenden mohammedanen schreeuwend en tierend de straat op gaan, dan is het wel het volkomen echec van het multiraciaal, multicultureel beleid dat door de politiek altijd zo werd aangeprezen. (…) De moslim-gemeenschap trekt en masse langs de straten, met woeste kreten als ‘Rushdie dood, Allah groot’ en met spandoeken waarop wordt opgeroepen tot wraak; een paar zelfgekozen voorgangers roepen schuimbekkend en in het kromst denkbare Nederlands dreigementen in de microfoon die, als je op de klanken afgaat, wat primitieve bloeddorstigheid en gehoorzaamheid aan de Opperderwisj betreft, niets te raden overlaten en in het hart van onze steden woeden, onder politiebegeleiding, krachten die alles tarten wat ons heilig is of althans behoorde te zijn. (..) ’We hebben ze als stakkers verwend, en we krijgen ze als wolven terug.” (NRC 8/3/89)

Journalist Bart Top schreef hierover later in zijn studie Moslims en Media-effecten: “Het is wellicht voor het eerst dat in een Nederlands kwaliteitsmedium zo heftig het perspectief van ‘wij-Nederlanders’ tegenover dat van ‘zij-moslims’ neergezet wordt.”

Top citeert ook het Parool dat in die tijd het verdwijnen van een taboe signaleeerde: ‘De Rushdie-affaire heeft in Nederland heel wat losgemaakt. Opeens wordt er hardop gekankerd op ‘de islamieten’ en niet alleen in extreem-rechtse kring. Een taboe op kwaadspreken lijkt gesneuveld.’ (Het Parool, 18/3/89)

Ilhan Akel, destijds voorlichter van het Nederlands Centrum Buitenlanders (NCB) concludeerde in maart 1989 in een interview in De Waarheid:

“Het is toch frappant dat de brief die de islamitische organisaties aan Lubbers hadden gestuurd – waarin zij de oproep tot moord veroordeelden, evenals de boekverbranding – noch vóór de demonstratie, noch erna een rol in de berichtgeving heeft gespeeld. De media waren alleen geïnteresseerd in extremisten, zonder zich de vraag te stellen wat hun plaats is binnen de islamitische gemeenschap. (..)  Als je een willekeurige voorbijganger een extreem standpunt hoort verkondigen, dan zeg je toch ook niet dat dat dé mening van het Nederlandse volk is. In de delicate situatie die rond het boek van Rushdie was ontstaan, werd een beeld opgeroepen als zou de islam met het zwaard aan de grens klaar staan om het Nederlandse cultuurgoed te vernietigen.”

Na de Rushdie-affaire toonden Nederlandse media meer belangstelling voor in Nederland woonachtige moslims. Dat gebeurde bijvoorbeeld tijdens de Eerste Golfoorlog, na het verschijnen van het boekje De ondergang van Nederland – land van naïeve dwazen van Mohamed Rasoel (pseudoniem van de variétéartiest (Mansoor) Zoka Fatah) of nadat toenmalig VVD-leider Bolkestein in Luzern had gesteld dat de Europese beschaving hoger staat dan de islamitische.

Onderzoek naar beeldvorming van moslims in de media

De Rushdie-affaire in 1989 is ook het startpunt van onderzoeken naar de wijze waarop over Nederlandse moslims in de media werd gesproken.

Dat begon met een doctoraalscriptie over de media ten tijde van de Rushdie-affaire van Fokko Minnema. Deze kwam volgens Bart Top onder andere tot de conclusie dat er sprake was van ‘morele paniek’. Hij onderscheidde zes verschillende fases waarin een groepje ‘fanatieke en schuimbekkende’ moslims op straat worden vereenzelvigd met ‘de’ islam die tegenover ‘de Nederlandse samenleving’ wordt gesteld. Uiteindelijk gaat de overheid met ‘de’ moslims praten, waardoor de gehele moslimgemeenschap ‘verantwoordelijk gesteld’ wordt voor de ongeregeldheden. Het patroon dat Minnema 30 jaar geleden signaleerde, zou zich in de jaren daarna nog vaak herhalen.

De journalisten Kross, Lahaise en Joseph schreven voor de Nederlandse Vereniging van Journalisten in 1991 het rapport De vijfde colonne in grillrooms en koffiehuizen over de berichtgeving over moslims tijdens de Eerste Golfoorlog en trokken de volgende conclusie:

Uit ons dosier is onder andere gebleken dat veel journalisten over migranten schreven zonder zich in voldoende mate rekenschap te – kunnen – geven van de effecten van hun berichtgeving. Wellicht trapten zij soms in dezelfde valkuilen waar zij hun lezers voor wilden waarschuwen: stigmatisering van islamitische bevolkingsgroepen in ons land onder druk van een irrationeel vijandsbeeld…Wie sommige blunders in ogenschaouw neemt, ontkomt niet aan de indruk dat het met name in de eindredactie nogal eens aan de nodige expertise of verantwoordelijkheid ontbreekt.”

De islamologen Shadid en Van Koningsveld publiceerden een jaar later het boek De mythe van het islamitisch gevaar; hindernissen bij integratie waarin ze uitgebreid ingingen op het opkomend anti-islamisme naar aanleiding van de discussies die ontstonden na de publicatie van het boekje van Rasoel en de uitspraken van Bolkestein. De beeldvorming van moslims in het debat was volgens de auteurs eenzijdig, karikaturaal en anti-islamitisch.  Ze verwezen hierbij ook naar de historische bronnen van het anti-islamisme, beginnend bij de eerste christelijke polemieken tegen de islam in de 8een 9eeeuw, de kruistochten en het koloniale tijdperk waarin het Nabije Oosten steeds als primitief en inferieur werd voorgesteld. Ook het beschouwen van moslims als ‘5e colonne’ was volgens de auteurs al zichtbaar in de tijden na de val van Granada in 1492 toen islamitische minderheden met vergelijkbare bewoordingen werden omschreven.

Sajidah Abdus Sattar wees in een opiniestuk in de Volkskrant in 1992 op het gegeven dat in de Nederlandse berichtgeving over de islam moslims zelf amper aan het woord kwamen en dat er bij Nederlandse journalisten sprake was van een gebrek aan kennis over de islam. In een onderzoek dat zij in 1995 voor de Nederlandse Moslimraad en de Nederlandse Moslim Omroep deed naar de berichtgeving over moslims in Nederlandse kranten in 1993 en 1994, concludeerde ze onder andere:”Uit de berichtgeving, de selectie en weergave van nieuwsitems en uit opiniestukken in kranten blijkt dat de islam en moslims overwegend in negatieve zin in de aandacht komen.” En:

“Het zijn niet alleen haat-opwekkende uitlatingen die gevaarlijk zijn. Ook onjuiste eenzijdige en onvolledige berichtgeving kunnen het maatschappelijk klimaat zo verzieken dat de ontwikkeling van het echte, harde anti-islamisme wordt vergemakkelijkt. Vooral wanneer respectabele politici en kwaliteitskranten zich hieraan schuldig maken, kunnen racisme en haat tegen moslims daarmee worden gelegitimeerd.” (S. Abdus Sattar, Onderzoek naar anti-islamitische tendensen in de Nederlandse pers).

K. Nijhoff en J. Trompetter, beiden verbonden aan de Rijksuniversiteit Utrecht, presenteerden in 1995 het onderzoek ‘Hoofddoekjes en soepjurken’ in opdracht van het Samenwerkingsverband Marokkanen en Tunesiërs (SMT) en concludeerden onder andere dat in de Nederlandse pers de islam vooral wordt geassocieerd met agressie en terrorisme. De beeldvorming over moslims is volgens hen ongenuanceerd en wordt gedomineerd door een hang naar sensatie van de pers die weinig oog heeft voor de diversiteit aan stromingen binnen de islam. Veel problemen die zich voordoen met migranten, worden teruggevoerd naar een moslimcultuur, die de oorzaak zou zijn. Zo vindt volgens het rapport een stigmatisering plaats van moslims ‘die vooroordelen in leven houdt en/of versterkt.

In hetzelfde jaar ten slotte verscheen Islam als stigma van Karin Huigh en Ineke van der Valk in de bundel Dialoog; joden, christenen, moslims en humanisten leveren gespreksstof. Huigh en Van der Valk bieden hierin een uitgebreid theoretisch kader met aandacht voor de rol die onder andere racisme, oriëntalisme, etnocentrisme en machtsverhoudingen spelen bij de totstandkoming van het nieuws. Aan de hand van mediaberichten, waaronder een kerstbijlage van de Volkskrant over de islam, concluderen de auteurs:

“Het toenemende racisme weerspiegelt zich in en wordt gevoed door de media. De berichtgeving in de media impliceert een interpretatie van de werkelijkheid, die bestaande machtsstructuren objectiveert, legitimeert en mede in stand houdt. Dit betekent onder meer de reproductie van racisme middels de media. Hierbij speelt een eenzijdig, monolitisch en stereotype beeld van de ‘islam’ – en van de Arabische wereld- een belangrijke rol.”

En dit was nog allemaal voordat de berichtgeving over moslims werd gedomineerd door de opkomst van Fortuyn en Wilders, de aanslagen van 11 september, de moord op Theo van Gogh, Syriëgangers. Wat die ontwikkelingen voor een effect hadden op berichtgeving over moslims, wordt in een volgend artikel verkend.

Dit artikel vormt een onderdeel van artikelen die op Republiek Allochtonië en Nieuwwij zullen verschijnen in het kader van de verkenning Hoe worden moslims in de vier grootste Nederlandse kranten geportretteerd? Dit is een initiatief van The Hague Peace Projects. Meer hier.

Turks in New-West

Little is know about the journey of the Turks in the Netherlands  and what they have had to put up with to integrate into the Dutch society. It is not just the little known story of a group of immigrants that left their country in search of work in the Netherlands and thereafter had children.

Research led by several experts on loneliness investigating the phenomena amongst the Turks in Amsterdam points out that they are an isolated lot. Language barrier and discrimination, tell the tale often of a bitter pill and their own personal sores that are being licked.

Tayfun Balcik, the Turkish and Kurdish Dialogue work group leader at The Hague Peace Projects is leading a healing journey that rubs on to the senses  of a people in need of a conversation centered on bringing them together. He couples his discussions with music and often food and perhaps this is the start of breaking the ice.

Join the Turks in the New West series on the 13th November, 2018 at 7:30 PM – 10 PM at the New Metropolis, Burgemeester Rendorpstraat 1-3, 1064 EL Amsterdam, Netherlands.

Toerkoes in Nieuw-West #3: Turkse eenzaamheid in de stad

 

16 oktober 2018 / Toerkoes in Nieuw-West #2

 

Turkish vegetarian meatballs in waiting -16 oktober 2018 / Toerkoes in Nieuw-West #2

 

The delicious mix in set! 16 oktober 2018 / Toerkoes in Nieuw-West #2

 

Toerkoes in Nieuw-West #1. Terug in Nederland.

 

Toerkoes in Nieuw-West #1. Terug in Nederland.

Report: ‘Armenian-Kurdish-Turkish dialogue’ at the Initiatives of Change event: ‘Addressing Europe’s Unfinished Business’ PART 3

This is the third and last part of the report, commenting on the 5 days gathering in Caux, where a group of 15 Armenians, Kurds and Turks from Lebanon, The Netherlands and Armenia participated in the Initiatives of Change (IoC) program ‘Addressing Europe’s Unfinished Business”. Read here part 1 and part 2.

Day 4 – Personal stories about change and action plans

The status of Roma in Romania
Simona Torotcai (Roma activist) and Diana Damsa (Centre for Social Transformation) are both from Romania. The latter belongs to the Romanian majority and Simona to the Roma minority. In a dual presentation they took us through a journey of prejudices, neglect and segregation towards more awareness and cooperation between these two communities in Romania.

Diana said she had zero contact with Roma people and that the situation in Romania was not about diversity, but about uniformity. In classes Roma were always used as a ‘bad example’, she was taught that ‘they were dirty’, ‘disorganized’ and that Romanians were supposed to be ‘superior’. These feelings are still present in Romania.

Simona had a difficult time in coping with this status-quo. On the one hand, there was the high-demanding mainstream society which discriminated the Roma’s, and on the other hand she felt not comfortable within her own group, ‘who sticked together’. She had to proof herself as a Romanian and felt ashamed about her Roma background.

Diana went on a IoC trip to India, which was also an internal journey with regards to her prejudices about Roma. She was confronted by the lack of knowledge about the Roma. How they suffered during the Holocaust, for example. ‘I wanted to reach out, build trust and face prejudices. I discovered that a lot of Roma choose to be invisible, just to protect themselves.’

Simona also went on a journey. She tried to quit her behavior that could be described as an unending strife of ‘being liked by Romanian society’. ‘I accepted who I am, and started to speak out and put Roma issues on the mainstream agenda’.

Jo Berry and the IRA
The next story of personal change was from Jo Berry, founder of ‘Building Bridges for Peace’.
Her story started in 1984, when her father, a conservative politician, was killed in an IRA-bomb attack. Two days after this horrific incident, she made a decision: ‘I’m not going to have an enemy. I wanted to understand the people who killed my father.’

Belfast was a warzone back then. With British soldiers all over the place. She met people from the IRA, but also loyalists and ex British soldiers. I wanted to understand what made them think that violence was the only option. Than finally, in 2000, she was able to speak with the man who killed her father. Sitting in a room, she went through a lot of emotions and thoughts like ‘he doesn’t look like my idea of a terrorist’. When he started to speak she heard all kinds of justifications for the bomb-attack. He talked in the we-form and spoke endlessly about ‘our community’, that violence ‘worked’, because it led finally to the peace process in which the IRA got their ‘political platform’. After a while he stopped talking and said: ‘I don’t know who I am anymore, and what to do?. That was for Berry the moment that she saw that he also wanted to take a journey, apart from the political hat, which he he had taken off by showing a vulnerable side.

So he went from ‘being political to the heart’, to a disarmed posture, he couldn’t stay righteous all the time anymore, and apologized for his act. That apology was for Berry a recognition of the humanity of her father. ‘Since then I am involved in the non-violent restorative approach. We need safe spaces where stories can be heard. The killer of my father is not just that. He is also a friend, cousin, and many other things. It is important to think together about how to create change.’

Third Armenian-Kurdish-Turkish dialogue: ‘Work-session one’
In this meeting we started with where we left yesterday: an action-plan and follow-up after Caux. What are the next steps? How are we going to engage with each other structurally? John Bond was also present and said ‘that there are always opportunities for people who are serious. And since you are serious, it is important to make steps. We did it in one night in Australia for the sorry-campaign for the aboriginals’. Bond’s words revealed an interesting drive and we started to note things down. And from then things went fast…

After setting up the structure of a possible organization, we made another appointment to see each other again in the evening and listened to Nvard Loryan’s presentation about the measurement of peace. The economics of peace can be an interesting tool to substantiate peace movements with raw numbers. Another interesting point is the difference between negative peace (the absence of fear and violence) and positive peace (institutional approach for creating peace, and the free flow of information). The Global Peace index also reveals numbers about the costs of violence.

Fourth Armenian-Kurdish-Turkish dialogue meeting:
‘work-session 2’
It was a rather interesting place (at the bay in Montreux) to have another work-session, but it all worked out well. Everybody took a seat. First we decided to pick dates for the reviews and contact moments after we returned home. After that we took a long round up, without comments and interruptions, in which everybody could say how he or she experienced Caux 2018 and the goals for the future with the Armenian-Kurdish-Turkish dialogue.

After everybody finished, we took two taxi’s to CAUX. This was the formal ending of the dialogue in Caux. We have made agreements. Now it’s up to us to fulfill the commitments.

Day 5, 27-7-2018, Final day

On the final day of the Caux Forum for ‘Addressing Europe’s Unfinished Business’ we watched an amazing performance of The Lion King & Titanic, prepared in the training tracks course of Txema Perez.

The next speaker was ‘key listener’ Mike Brown who reflected on ‘key thoughts and themes’ during the conference. Firstly, he made a distinction between violent communication and non-violent communication. An interesting sentence spoken out by Lord Ashdown on the first day, in which ‘second-generation Muslims’ in England were indirectly linked to terrorism, was used as an example of how otherization starts with language. ‘We should focus on inclusive language instead’, Brown underlined.

The need for cooperation between organizations is crucial to face the challenges of Europe, which are xenophobia and nationalism. Negative forces are also networking.

The values of forgiveness and love and the key insight that ‘behind every opinion, there is a human being’ are the leading thoughts here. Safe spaces are good, but ‘courageous spaces’ are maybe more important, in which people are encouraged to speak out. Peacemakers shouldn’t become a bubble, they should be working in the field they problematize.

With these words in mind, we said goodbye to each other, but we will meet again.

Report: ‘Armenian-Kurdish-Turkish dialogue’ at the Initiatives of Change event: ‘Addressing Europe’s Unfinished Business’ PART 2

From the 23rd until 27 july a group of 15 Armenians, Kurds and Turks from Lebanon, The Netherlands and Armenia participated in the Initiatives of Change (IoC) program ‘Addressing Europe’s Unfinished Business (AEUB) at Caux Palace (Switzerland). Read here part 1 of the Report!

Day 3 – Presentation The Hague Peace Projects and next steps

In the Caux programs everybody is required to submit to a ‘community group’ with different theme’s. The community groups are for personal reflection in a small setting and to coordinate the kitchen duties. These are really interesting moments for reflection and inspiration, but since these gatherings are confidential, we cannot report about it.

After the community group and breakfast, the main hall was reserved for 16 key initiatives of ‘Building social cohesion in Europe’. The coordinators were asked to give a one minute plenary introduction, so participants could have an idea and decide whether they want to hear more about it in the next hour. There were three sessions from ten minutes each, to ask questions about the why, impact, key insights and next steps of the initiatives.

A quick summary of the ‘Armenian-Kurdish-Turkish diaspora dialogue in The Netherlands’ initiative:
Why: There is no dialogue and contact between communities since 2015, when the war broke out between Turkey and the PKK, after the peace process (2012-2015) failed.
Impact: It’s a small volunteer initiative in The Netherlands with incidental (project-based) funding, but there is a growing line. Talks with municipalities, ngo’s and self-organizations to reduce tensions between communities are gaining ground.
Key insights: Personal stories are a powerful method to ignite connection between people, without neglecting sensitive political questions.
Next steps: Talk with Dutch Members of Parliament and with the international Caux spirit behind our back doing projects in the country of origins (Turkey, Armenia, Lebanon and other countries).

——————————————————————–

Second Armenian-Kurdish-Turkish dialogue meeting

The Dutch group gave a powerpoint-presentation about what they did as a group since 2017. If you want to know more about this read here our reports of previous events.

After the presentation we formed a circle, and talked about next steps. Again, the need for an action-plan and follow-up was repeated. After intensive talks we decided that the next meetings should be ‘work-sessions’. We closed the day with an Armenian song leaded by Tato Martirossian.

Continue Reading for part 3 of the report!

Report: ‘Armenian-Kurdish-Turkish dialogue’ at the Initiatives of Change event: ‘Addressing Europe’s Unfinished Business’ PART 1

23 – 27 July 2018, Caux (Switzerland)

From the 23rd until 27 july a group of 15 Armenians, Kurds and Turks from Lebanon, The Netherlands and Armenia participated in the Initiatives of Change (IoC) program ‘Addressing Europe’s Unfinished Business (AEUB) at Caux Palace (Switzerland). Amongst the 15 participants there were individuals who already knew each other from the dialogue in 2016 and 2017: the Just Governance for Human Security program of IoC. This year there were new participants who heard about the dialogue initiative from the previous years.

This year’s dialogue took place in the framework of ‘Addressing Europe’s Unfinished Business’. From the introduction paper:

‘Europe in 2018 continues to face a number of challenges: migration, the rise of populism, terrorism, Brexit and relations with the Russian Federation are foremost among them, placing pressure on communities and nations within and across Europe. As a result of some of these challenges, questions of identity, nationalism, citizenship, racism, xenophobia and the legacy of colonization have arisen. Ordinary people need to feel that they can shape their own futures and make a difference.’

‘Addressing Europe’s Unfinished Business’ 2018 will focus on equipping delegates with the skills needed for developing social cohesion, trust and dialogue during these tumultuous times. We have invited some inspiring thinkers and trainers from Europe and beyond who are keen to transmit their skills to those committed to developing and healing their communities.’ 

Day 1 – Introduction to Caux and all the participants



For the third year in a row the mixed Dutch group from The Hague Peace Projects joined an event of the Initiative of Change. When we took our place at the side of the main hall, the moderator Diana Damsa was asking participants ‘to say hello in their own language’. We counted 13 different hello’s. After the interaction with the participants (181 people from 32 different countries in total) the event could really kick-off.

Young Ambassadors Program & Learning to be a Peace-Maker
Several speakers from the Young Ambassadors Program (YAP) of Initiatives of Change, talked about an ‘European Peace Voyage’ (through France, Germany, Serbia, Croatia and Bosnia) dealing with the repercussions of the Balkan war in the nineties of the previous century.

The next speaker, Marwan Bassiouni with Swiss, American, Italian, Egyptian and Dutch roots (!) introduced the program ‘Learning to be a Peace-Maker’ for young European Muslims. Bassiouni: ‘We as European Muslims face challenges with regards to the essence of our religion and the tensions that spread from it between us and non-muslims. Mediation and co-existence is something we should strive for.’ A musical intermezzo took us to the year 1948. A song written by French people in Caux, to welcome their former enemies: the German delegation.

Tatjana Peric, Lord Ashdown
Right after the music the floor was open for Tatjana Peric (Bosnia), advisor on Combating Racism and Xenophobia, and working for the Organization for Security and Co-operation in Europe (OSCE). ‘The first time in Caux for me was in 1996, I came as a refugee from the Balkans and was really energized by the Caux spirit. I made plans to encourage the East-West dialogue.’ Later Peric joined the OSCE, collecting evidence for reports about hate crimes in Europe. ‘Last year there were 2154 racist and xenophobic incidents in Europe… And underreporting is still a problem. In Europe we can see a dangerous merger of anti-migrant feelings with racism.’ Furthermore, Peric emphasized the importance of platforms for young people to empower them, assist each other, build coalitions between organizations and to work internationally. ‘For the work we do, prevention is the best cure.’

Lord Ashdown, a politician from the UK, talked with force about the aggressiveness and vulgarity of president Trump. He worried whether Europe would stay together. ‘Ash and blood’ would be the alternative of a possible break up of Europe. The explanation he gave for the rise of populism in Europe: shifting powers from West to East, which is also a shift of capital. ‘We are facing the ending of 400 years of Western hegemony. A multipolar world is taking form, so it’s time to return to diplomacy. We live in a deeply interconnected world, where we share a destiny with our neighbor, even if they are our enemy.’ In this context, he also mentioned ‘second-generation immigrants’ and ‘terrorism’ in one sentence. In the q&a he would be questioned about this association. Lord Ashdown acknowledged immediately that we should also be more inclusive in our language. ‘I never talk about Western values, we have universal values.’

Dinner and introduction to how things work at Caux
So Caux started with a good discussion. After dinner we were introduced to the history of Caux and how things work here. After plenary meetings, there are community groups with different themes like empathy or courage, where people can hear each other’s story in a more smaller, personal and intimate setting.

Last year we had a meet-up between Armenians, Kurds and Turks on the first day. This year we agreed to do that on the first session on Tuesday at the allocated time and place.

DAY 2 – Inspirational speeches and Armenian-Kurdish-Turkish dialogue meeting

Syrian refugees in Turkey

Emel Topçu, Associate Professor at Hasan Kalyoncu university in Gaziantep, gave a presentation about Syrian refugees in Turkey. In Kilis, for instance, before the Syrian war broke out, the inhabitants’ number was about 80.000. Now it’s a city with more than 220.000 people. Consequently, the Syrian influx has had an huge impact on the receiving Turkish society. It also led to a Turkish xenophobic and nationalistic backlash with reactions like ‘Our children are dying in the war, why are Syrians lying on the beach?’, ‘They are partying at the sea’ or ‘They must respect the owners of the country.’

Topçu blamed some media, mainly linked to opposition parties, of speculating about a ‘potential conflict’ or ‘clash’ in Turkey, due to government policy on Syrian refugees. But Topcu was happy to say that ‘we didn’t have a clash with Syrians’. She gave two reasons for the prevention of such a conflict: ‘(1)The role of relatives and (2) civil society. 1.

Topçu: ‘The first reason is that we have a shared history. 100 years ago we belonged to the same country, The Ottoman Empire, before the Sykes-picot agreement divided us. And families got split across the borders. The second factor is the role of Women volunteers who engaged in trust building activities between Turks and Syrians.’

Independent media under pressure in Ukraine
Not everybody in the room agreed with Topçu’s story, but the next speaker, Oleksiy Matsuka from the Ukraine, was already underway delivering his talk about the conflict in East-Ukraine, which started in 2014. ‘The Eastern part is occupied, and the Crimea is annexed by Russia. We don’t recognize them, and call them separatists.’ Matsuka want attention for independent media who are under pressure. ‘A lot are closed down. There are no journalists who’s life has not changed in the Donbass region. This is why we decided to come to Caux. To talk about the very polarized situation in Ukraine.’

Matsuka: ‘As a journalist, I ask questions. I changed the tone form affirmative journalism to interrogative journalism. The reactions of the speakers changed. Uncomfortable moments are many. To doubt everything is important for a journalist.’

Being a neo-nazi in Sweden
The last speaker of the morning plenary was Peter Sundin, a former neo-nazi in Sweden. His personal story was listened closely by the audience. He told the public about his single mother, with five children and her work as a cleaner. ‘We were a poor Swedish family and blamed our economic situation on foreigners, saying they took our jobs.’

He saw his older brother as a ‘role model’. A skinhead who listened to white power music. ‘We said that the holocaust was a fraud, a made-up story to sneer on national-socialism.’ He wasn’t much at school and joined the ‘national youth’, a violent movement. When they were at school, they were confrontative, ‘we felt backed up by this group.’

Not much later, he was involved in a situation which led to the worst decision in his life. They beat up a guy and Peter punched a guy in his face. He was unconscious. ‘When he gained his consciousness, I ran back and jumped full power on his back and landed on his shoulder blade. My friends tapped me on the shoulder.’

‘The next morning I got a phone call. We were on the news. That was the moment I realized it was enough. That was the starting point of a five year long journey for deradicalization. I completely transformed my lifestyle. I had to cut ties with my family. Drop the nazi belief system, and was looking for new world perspectives. I started to watch other channels, things that I called jew-news before..’

‘I spend six months in prison for assault. Now I’m helping youngsters, so they won’t commit the same mistakes I did. Behind every opinion is a human being. So don’t only see the opinion, see also the human. Lets shift the focus on the individual. To change a opinion is an individual process.’

Everybody left the main hall with all these stories in their mind. The community group for reflection was much needed.

Lunch and first Armenian-Kurdish-Turkish (AKT) dialogue meeting

After lunch, this year’s Armenian-Kurdish-Turkish dialogue started with an introduction round in which some just told their names and where they came from, and others who elaborated on, for instance, their expectations.

One participant put the emphasis on ‘young people’ and wondered ‘whether Turks and Armenians can be friends’. Another uttered strong wishes of ‘a follow up right after Caux’, and whether the discussion can ‘move beyond the blaming game and try to have a grip on the whole picture’. Furthermore, it was been said that ‘dialogue within communities’ is also important, and in addition to that, ‘that it is necessary to reach out to groups who never come together in circles like these’. Another participant complained about the problematic sides of ‘living locally’, while the world is moving on, ‘new approaches should therefore be worldwide’. The role of ‘privileged diaspora’ to put up grassroots dialogue initiatives like these was underlined and another participant ‘discovered’ that these dialogue-sessions can have a ‘healing’ effect. An ‘action-plan’ should come off the ground this year, ‘but sometimes it feels like impossible in Lebanon’. The last participant in the circle mentioned the links of Armenian and Kurdish communities in her family.

Film by Lebanese group
After the introduction round, we watched a short film made by the Armenian-Lebanese participants of 2017 of which some were partly present again this year. The film, in which all participants agreed that a genocide had taken place, triggered a question to the group ‘whether everybody in the room was on the same page about the Armenian genocide?’

An intense debate about the term genocide followed and whether ‘Armenian Muslims’, ‘who were targeted by Armenians during the genocide (according to one of the participants), were also included as victims?’
This counter-question led to another discussion whether there were actually ‘Armenian Muslims’ before the genocide, or that they were a result of the Armenian genocide, in which Armenians were forced to become Muslims and live in Muslim-households.

Since the question of recognition is one of the most sensitive issues in Turkish-Armenian dialogue, we accepted that we heard the question and that in the following days everybody can individually decide whether he or she wants to give an answer or not.

Then one of the participants said about Armenians that ‘they were stuck in 1915’ and asked ‘How is that possible?’ One answer was that the Armenian identity was almost totally based on what happened during the war. ‘As an Armenian you cannot escape it’. The need of closure is there. And that can not begin, without justice and admittance.

Besides, or linked with ‘being stuck’, is the issue of ‘global citizenship’. A lot of peoples are afraid of the outside world. Identity and national citizenship are strong and people want to keep that alive, as a defense system for the unknown outside world.

The closing statements of this first session was that the border is closed between Turkey and Armenia.

Again, we had an interesting first encounter. But in the evening, we had an informal meeting at Caux station, in which dance-styles of several regions were performed. ‘Before I went to Caux, I never thought I would dance with Turks’, was said by an Armenian participant.

Continue reading part 2 of the report!

‘Zeg maar niet dat je sjiitisch bent’

Op de warmste 19 april die ooit is gemeten in Nederland, bevolken grote groepen mensen de terrassen van Utrecht. Ook in de buurt van Theater Kikker, waar de paneldiscussie ‘Muslims Represent!’ zal plaatsvinden.

Bezoekers druppelen langzaam naar binnen, waar ze worden verwelkomd door meevoerende klanken uit de rietfluit van Cengiz Arslanpay. De host van vanavond is Nawal Mustafa. Zij valt gelijk met de deur in huis: ‘we gaan het vandaag over racisme hebben’. Vier sprekers zijn uitgenodigd. Maar eerst een korte inleiding van Dr. Margreet van Es, religiewetenschapper aan de Universiteit Utrecht, die het debat heeft georganiseerd i.s.m. The Hague Peace Projects.

 

Inleiding

Van Es benadrukt dat islamofobie een verzamelterm is voor, ze somt op, een onbestemd gevoel van wantrouwen specifiek gericht tegen moslims, stereotiepe beeldvorming, discriminatie, haatretoriek en expliciet geweld tegen moslims of mensen die voor moslims worden aangezien.

Hoewel ze erkent dat islamofobie een lastige term kan zijn, gaat het vandaag daar niet over. Het onderwerp is: Hoe verzet je je tegen islamofobie? En welke rol speelt diversiteit onder moslims daarbij?

Ook introduceert ze de term intersectionaliteit, wat er op neerkomt dat niemand slechts één identiteit heeft. In de wirwar van verschillende identiteiten en complexe maatschappelijke verhoudingen voeren mensen vaak verschillende battles tegelijk.

Van Es legt uit wat intersectionaliteit betekent aan de hand van haar eigen situatie. Als witte bekeerde moslima wordt zij soms door andere moslims onterecht op een voetstuk geplaatst. Aan de andere kant wekt de combinatie ‘wit’ en ‘moslim’ een specifieke vorm van agressie op bij mensen die toch al sterk gekant zijn tegen moslims en hun religie.

 

Eerste spreker

Halil Ibrahim Karaaslan (docent en secretaris bij het Contactorgaan Moslims en Overheid) begint door voorop te stellen dat het CMO niet alle moslims vertegenwoordigt, maar alleen de koepelorganisaties die zich hebben aangesloten, zoals Diyanet, Milli Görüs, de Süleymanci-groep en nog zeven andere koepels. Islamofobie vindt hij een lastige term. Met alle gewelddadige berichtgeving over moslims snapt hij wel dat mensen angstig kunnen zijn. ‘En met zo’n term is het dan moeilijk om legitieme punten aan te kaarten.’

Als vader is hij radicaler geworden in de betrokkenheid die hij voelt met de strijd tegen islamofobie. ‘Ik heb Turkse roots, maar mijn toekomst ligt hier in Nederland. Na 9/11 werd steeds gezegd dat onze cultuur en religie niet samengaan met Nederland. Ik wil dat mijn kinderen niet in dezelfde sfeer opgroeien, en laten zien dat het wel samengaat.’

Hij stelt drie dingen voor: Eén: Het terugkapen van termen als jihad.  De ‘jihad tegen de nefs’ (strijd tegen het ego) is de belangrijkste jihad die een individuele moslim kan voeren, aldus Halil. Twee: meer empathie in de gesprekken tussen moslims en niet-moslims. En drie: de mogelijkheden creëren dat moslimjongeren zich meer kunnen profileren in de Nederlandse maatschappij.

 

Ibtisam Abaaziz

De volgende spreker, Ibtissam Abaaziz (socioloog en projectleider bij Meld Islamofobie), start met een anekdote over een gebeurtenis van drie jaar geleden in Rotterdam-Zuid. ‘Het is 11 uur in de ochtend, een moslima stapt de tram binnen met haar kinderen. Op het moment dat ze zich wil zich verplaatsen, knijpt een man in haar bil en zegt: “Kijk wat ze onder die hoofddoek heeft verstopt.” Omstanders zeggen en doen helemaal niks. De enige die er wat van zegt is haar eigen vijfjarige zoon: “Blijf van mijn mama af.” Ze doet aangifte bij de politie, maar krijgt te horen dat ze van een mug een olifant maakt en dat ze het maar als een compliment moet beschouwen. De volgende dag gaat ze opnieuw met haar man. Haar aangifte wordt weer niet opgenomen. Ze geeft niet op en raadpleegt Meld Islamofobie. Alleen hierdoor raakt deze zaak bekend.’

Meld Islamofobie is drie jaar geleden, na de aanslag bij Charlie Hebdo, ontstaan. Het doel is om islamofobie in kaart te brengen aan de hand van data en patronen. Ibtissam: ‘Uit onze cijfers blijkt bijvoorbeeld dat vooral vrouwen slachtoffer worden van islamofobie en dat de daders vooral witte mannen zijn.’ Volgens haar kunnen zulke dingen gebeuren omdat islamofobie wordt gelegitimeerd door het politieke klimaat. Verder zegt Ibtissam dat moslimvrouwen een meervoudige strijd voeren: tegen islamofobie, maar ook tegen seksisme in de samenleving in het algemeen en tegen seksisme binnen islamitische gemeenschappen. ‘Onze strijd tegen islamofobie in de maatschappij is pas geloofwaardig als we ook intern de strijd voeren tegen racisme, homofobie en seksisme.’

 

Maame Hammond 

Maame Hammond (orthopedagoog, werkzaam binnen de hulpverlening en het onderwijs) wil hokjes doorbreken door eerst meerdere aan te vinken. Ze spreekt normaliter niet veel over haar geloofsovertuigingen, maar in haar toespraak vertelt ze over de momenten die indruk op haar hebben gemaakt of anderszins zijn blijven hangen. Zo zegt Maame tijdens de verkiezingen in 2017 geraakt te zijn door het verkiezingsprogramma van de PVV. In het verkiezingsprogramma werd gepleit om Nederland op verschillende manieren te “de-islamiseren”. Ze moest aan haar moeder denken, waarvan Maame dacht dat zij weer aan haar dochter moest denken die bekeerd is tot de islam. Daarnaast spreekt zij over de kinderen en jongeren met wie zij werkt en hoe het voor hun is om in dit klimaat op te groeien.

Binnen de hulpverlening heeft Maame enkele ervaringen gehad waarbij onbekendheid met de islam tot vervelende situaties heeft geleid voor iemand die zij begeleidde. Ondanks het feit dat Maame zich voorheen liet raken door negatieve berichtgeving, kiest zij er nu voor om dat niet meer te doen. Daarnaast stelt ze: ‘Mensen die bij voorbaat niet willen luisteren, daar hoef ik niet mee in gesprek. Ik wil gewoon mijn leven leiden. De gesprekken met mensen die oprecht interesse tonen zijn veel leuker!’

 

Fatma Bulaz

De laatste spreker is Fatma Bulaz, organizer bij de vakbeweging. Over islamofobie is ze helder: ‘Zoals de term homofobie niet wordt geproblematiseerd en het evident is dat het om homohaat gaat, is islamofobie voor mij gewoon moslimhaat.’ Ze pleit voor solidariteit met de slachtoffers en vertelt over haar moeder. Een zichtbare moslima die twee keer is bespuugd door witte mensen. Verder stelt Fatma patriarchale structuren binnen islamitische gemeenschappen aan de kaak. Ze voelt zich als vrouw in moskeeën vaak in haar waardigheid aangetast vanwege de kleine ruimtes die aan vrouwen beschikbaar worden gesteld.

Ook benoemt Fatma haar sjiitische achtergrond. Haar ouders zeiden vaak: ‘zeg maar niet dat je sjiitisch bent’. Op school werd ze door Turkse en Marokkaanse leerlingen aleviet genoemd, omdat ze sjiieten niet kenden. Er werden vooroordelen naar haar hoofd geslingerd: ‘jullie bidden toch tot Ali, Ali is toch jullie profeet?’ Een vriendin die openlijk alevitisch was, werd uitgescholden en voor ‘nepmoslim’ uitgemaakt. Altijd had Fatma het gevoel dat ze zich moest bewijzen tegenover soennitische moslims, en uitleggen dat sjiieten ook moslims zijn. ‘Nu heb ik dat losgelaten. Ik hoef mezelf niet te bewijzen.’

 

Paneldiscussie 

De moderator Nawal heeft iets opgemerkt: ‘Alleen Fatma benoemde tot welke stroming zij binnen de islam behoorde. De rest heeft dat niet gedaan. Ik heb dan de aanname dat jullie tot de soennitische meerderheid behoren. Klopt dat?’

‘Niet per se’, zegt Hammond, ‘Ik zie mezelf als moslim. Mijn pad heeft geleid tot de soennitische islam, maar ik wil me niet in zo’n hokje stoppen.’ Ibtissam: ‘In mijn persoonlijke beleving doet dat er niet zo toe. De diversiteit is voor mij een vanzelfsprekendheid.’

Halil: ‘Ik kenmerk mezelf als moslim. We zijn geen homogene groep. Dat is een feit. Ik irriteer me wel aan de intolerantie binnen de gemeenschap. Juist in een land waar we al een minderheid zijn, zouden we meer naar elkaar toe moeten groeien.’

Nawal: ‘Ja, maar jullie hoeven die keuze ook niet te maken. Fatma heeft die keuze niet. Zij moest haar identiteit verbergen. Het is ook een privilege dat jullie hebben als soenniet. Dan vind ik het makkelijk om te zeggen, nee, ik ben moslim. Ik verdeel niet. Dat doen jullie ook niet. Maar toch staan jullie in de machtsposities binnen de islam toch op een positie waar Fatma niet staat.’

Dat vindt Ibtissam een eyeopener en bedankt Nawal voor dit inzicht. Maar in haar eigen onderzoek naar de religieuze beleving onder oudere en jongere Marokkanen ziet ze toch dat hokjesdenken ‘een Nederlands product’ is. Halil is het daar niet mee eens: ‘Nou, Turken zijn ook hokjesdenkers. Turken zien zichzelf toch als net iets beter. En probeer maar eens thuis te komen met een donker persoon. Daar zit nog een enorme kloof.’

Ibtissam antwoordt dat bij Marokkanen de nationale identiteit veel minder een factor van betekenis is. Ze haalt haar eigen onderzoek naar voren, waaruit blijkt dat de islambeleving van jongeren veel meer is gecategoriseerd in termen van ‘salafisme’, ‘spirituele moslim’, enzovoorts.

Bij de tweede ronde wil Nawal dieper ingaan op seksisme. Hoe kaart je dat op een constructieve wijze aan, en wat voor rol hebben mannen daarbij?

Fatma Bulaz: ‘Niet zoals Shirin Musa dat doet. Leefbaar Rotterdam gebruikt haar als stok om moslims in het algemeen een zwieper te geven. Dan streef je dus je doel voorbij.’

Ibtissam: ‘Het moet met bewustwording beginnen.’

Nawal: ‘Is verbinding dan toch the way?

Ibtissam: ‘Verbinding is te beperkend. Want dan reduceer je racisme & islamofobie tot een individueel probleem en ervaringen, en als je dan maar lang genoeg verbindt, dan komt het wel goed. Nee, zo legitimeer je alle racistische incidenten, en kunnen mensen ermee wegkomen.’

Nawal: ‘Maar dan geldt dat dan toch ook voor seksisme intern, toch?

Ibtissam: Ja, patriarchale systemen kaarten we ook aan. En bewustwording kan ook heel confronterend zijn. De grote uitdaging vind ik wel hoe we seksisme kunnen aankaarten, zonder dat dit misbruikt wordt voor islamofobie?

Nawal kijkt naar Halil: ‘Wat is jouw rol als moslimman?’

Halil: ‘Mannen in dominante posities moeten zeggen dat het anders moet. En dat gebeurt dus niet. Wat gebeurt er nu? In de Turkse gemeenschap wordt bijvoorbeeld gezegd dat het gebedshuis van een vrouw haar huis is. En dat leidt vanaf het begin tot een scheefgroei. Ik wil dat mijn dochter de islam ook kan beleven zoals ik dat beleef.’

Nawal: ‘Nu, ga ik je even voor het blok zetten: hoe heb jij de afgelopen jaar benut om dit te veranderen in je eigen moskeegemeenschap?

Halil: Dat is een dooddoener. In de Islam heb je drie principes: weerspreken met je hand, met je mond en met je hart. Ik voldoe aan alle drie. En als je iemand meehebt, dan is een constructievere houding om te zeggen wat kunnen we samen doen. Ik probeer als we lezingen organiseren dat het altijd voor man, vrouw en in de Nederlandse taal is. Het werkt niet als je een strategie gaat opleggen, stel dat iemand zich inzet tegen islamofobie, maar niet tegen seksisme, is dat dan erg?’

Nawal schakelt over naar racisme van moslims tegen zwarte mensen. ‘Heel vaak wordt in gesprekken Bilal erbij gehaald, een van de eerste zwarte moslims uit de tijd van de profeet, om te zeggen dat de islam niet racistisch is. Maar dat is zo nietszeggend. Bilal is niet voldoende.’

Maame beaamt dat. ‘Het is niet voldoende om te zeggen dat racisme niet is toegestaan in de islam. Dit zou zichtbaar en hoorbaar moeten zijn in het handelen en spreken van individuele moslims en verschillende moslimgemeenschappen’.

Wellicht horen we daar meer over bij een volgende Muslims Represent!

 

Geschreven door Tayfun Balcik

Report: ‘On the way to school’ – Festival Anatolië

Not everything can be said solely through verbal communication. This lesson has been learnt by the children starring the documentary ´On the way to school´. Özgür Dogan and Orhan Eskiköy captured the complexity of cultural identity in Turkey, where Kurds compose between 15-20% of the population. Entry-level Turkish teachers needing to gain experience are sent to regions (often remote) with a larger proportion of Kurdish population. Their mission is to ensure children are able to communicate in Turkish and memorize the national student oath praising the benefits of being part of the Turkish community.

In the small rural school located in the region of Anatolia portrayed in the movie, the young professor struggles to ensure kids do not communicate in Kurdish as it is the only language they are able to speak while it is completely unknown for him. School attendance is always at stake in this rural area as kids have a wider range of responsibilities that go beyond solely learning at school. All age ranges were represented in this single-classroom school, yet reading and writing were still major obstacles for the vast majority of kids.

With a permanent feeling of being out of place and lonely in this remote rural area, the energetic teacher managed to connect with the students despite not being able to properly communicate verbally. Little by little the children started to understand Turkish and were able to give simple answers to the desperate professor. However, when they spoke or wrote Kurdish, they were punished and had to stand on one leg in front of the classroom.

His presence also had an influence at the community level, as he had regular contact with the parents and tried to raise awareness about the importance of education for any child, regardless of his age or gender. After the academic year was over, all kids got their final grades and a personal assessment regarding their development. Minutes after saying goodbye to the professor at the school gate and wishing him a safe journey back to the big city, children ran to the nearest puddle and swam naked while laughing out of joy. A nice metaphor explaining that they were finally able to communicate and play again in Kurdish, getting rid of the imposed language and culture they learned from this unusual professor that came from a far land named Turkey.

After the movie was screened a passionate Q&A session was moderated by Tayfun Balcik and Bedel Baayrak (The Hague Peace Projects). The audience was extremely engaged in the discussion, expressing their points of view and challenging each other. Overall there was a consensus regarding the unacceptable situation of the Kurdish culture, which has been systematically jeopardized and downgraded by the Turkish political system. A more inclusive regional economic development and educational system should be a priority in Erdogan’s agenda, yet this might be unlikely to become effective. Kurdish identity could be reaffirmed if the population go through a self-determination process. Many challenges arise in terms of enabling Kurdish population residing in Turkey to have a say at a national level, yet international awareness regarding their culture and identity is picking up due to the recent independence referendum held by the Kurds residing in Iraq. A window of opportunity might open for the Kurds living in Turkey, which could steer the national political agenda in their own benefit.

Interested in our next event? Join our dialogue event In gesprek met “de vijand” op 24 november in Rotterdam.

24 November: In gesprek met ”de vijand”

Dat er tussen Armenen, Turken en Koerden spanningen leven, is geen nieuws. De kwestie van de Armeense genocide, het streven van de Koerden naar een eigen staat… Deze hete hangijzers zijn regelmatig onderwerp van een pittig gesprek tussen de verschillende Turkse groeperingen. Ook in Rotterdam. Niet zelden zijn die gesprekken gebaseerd op vooroordelen en misverstanden. Daarom organiseren we op 24 november een dialoogavond in Arminius om met elkaar in gesprek te gaan.

In het Zwitserse Caux, de plek waar na de oorlog de Fransen en de Duitsers bij elkaar kwamen om te werken aan verzoening en dialoog, namen eerder dit jaar acht Turks-Rotterdamse jongeren deel aan de jaarlijkse vredesconferentie om in gesprek te gaan met andere Armeense, Koerdische en Turkse deelnemers van over de hele wereld over deze en meer gevoelige zaken.
Na een paar intensieve dagen vol discussies en emotionele gesprekken ontstond er meer begrip en werden vriendschappen gesloten.

Wat is er nodig om elkaar te kunnen vinden? Hoe gingen de jongeren om met de vooroordelen en emoties? En wat kan Rotterdam, met een diverse Turkse gemeenschap, leren van deze jongeren als het gaat over het proces van dialoog en conflictresolutie?

Sprekers zijn: Tayfun Balcik, historicus, afgestudeerd op de Armeense genocide aan de Universiteit van Leiden en gespecialiseerd in de moderne geschiedenis van Turkije en omstreken en drie deelnemers aan de conferentie: Zeynep Kus, Tato Martirossian en Burakhan Cevik.

Met muziek van Aktas Erdogan, gespreksleiding Bedel Bayrak.

Dit programma wordt georganiseerd door The Hague Peace Project, i.s.m. Arminius en Gemeente Rotterdam.

Wanneer: 24 Novemver
Waar: Arminius, Museumpark 3, Rotterdam
Hoe laat: 20:00 – 22:00

Aanmelden via Arminius: https://arminius.stager.nl/web/tickets/172005

Report: Wij vs Zij ‘Breaking News

Onder leiding van een prikkelend-leuke Bahram Sadeghi kwam op 4 oktober bij Pakhuis de Zwijger een diverse groep mensen bijeen. Wat gaat er mis in de journalistiek en hoe wordt toch de dialoog gevoerd?

© Rojin Teymouri

© Rojin Teymouri

In de eerste ronde discussieerden Enis Odaci, Laïla Abid en Matthea Westerduin over polariserende berichtgeving. De laatste trok confronterende parallellen tussen de (vooroorlogse) antisemitische discourse over joden en het huidige ‘islamdebat’. Westerduin problematiseert in het bijzonder de racialisering van ‘moslims’, waardoor ze nooit volwaardig onderdeel kunnen worden van Nederland.

Abid toonde de voorpagina van de Volkskrant (‘Is Schiphol nog veilig?’) als omschrijving van hoe de journalistiek ‘de andere Nederlander’ ziet: als bedreiging. Ook in een kop met ‘ramadan-criminaliteit’ (wat dat dan ook moge zijn) is het uitgangspunt: vreemde mensen die overlast veroorzaken.

© Rojin Teymouri

© Rojin Teymouri

Odaci hekelt vervolgens een NOS-item over de coup in Turkije: ‘wat zegt betrokkenheid Turkse Nederlanders bij coup over integratie’. Integratie is volgens de definitie die hij aanhaalt: ‘een meerderheid die ruimte maakt voor minderheden, terwijl er hier een normen en waarden verhaal wordt bedoeld.’ Het is volgens Odaci één grote soep geworden van verschillende debatten over de islam, normen, waarden, integratie, immigratie en vluchtelingen. ‘Met Wilders als koning van de mix’, voegt hij toe. Daarop reageert Sadeghi : ‘Geloven jullie in dialoog?’

‘Jazeker, maar het moet gelijkwaardig en oprecht zijn’, antwoordt Abid.

‘Leidt kennis tot meer begrip?’, vervolgt Sadeghi.

‘Dat is een aanname. Voor dialoog is de ontmoeting belangrijker’, vindt Odaci.

© Rojin Teymouri

In de tweede ronde vertellen vertegenwoordigers van Stichting Su-Shi (Anne Dijk, Arjen Buitelaar), The Hague Peace Projects  (Bedel Bayrak, Tayfun Balçik) en Stichting Argan (Hasna Elbaamrani) over de do’s en don’ts bij dialoog.

Bij HPP vetrekt men vaak vanuit persoonlijke verhalen om het gesprek aan te vangen. Een wisselwerking tussen individuen uit verschillende groepen, waar de pijnpunten niet onbenoemd worden gelaten. Vervolgens een open dialoog rond de vraag: wat is volgens jou het probleem?

Concrete don’ts van HPP:
-nooit quasi-provocerend ‘waar ligt Koerdistan eigenlijk’? vragen..
– politiek correct zeggen ‘Turken en Koerden zijn broeders’, om vervolgens niet meer te praten over geschillen
– paternalistisch aan Turken vertellen dat ze zich moeten focussen op Nederland, terwijl bijna heel Nederland wel zeggenschap lijkt te hebben over Turken of Turkije

Bij Su-Shi is de methode niet direct via de pijnpunten, maar eerst met geduld werken aan ontmoeting, kennismaking en verbinding. Daarbij wordt de nadruk gelegd op het verschil tussen dialoog en debat. Dat zijn toch twee andere dingen. De Su-Shi don’ts:

– Geen excommunicatie van mensen middels taqfirs

Stichting Argan’s rol, en dat wordt ook duidelijk uit het feit dat de ‘eerste Turks-Koerdische bijeenkomst’ in oktober 2015 daar heeft plaatsgevonden in Amsterdam Nieuw-West, is een platform te willen zijn voor alle geluiden die onderdeel zijn van de Nederlandse samenleving. Daarmee neemt Stichting Argan in de publieke sfeer een centrale rol om het debat of dialoog mogelijk te maken.

Festival Anatolië – On the way to school

Op zaterdag 28 en zondag 29 oktober is de film On the way to school  te zien in het Filmhuis Den Haag, tijdens het Festival Anatolië. Op zaterdag wordt het nagesprek verzorgt door Tayfun Balcik en Bedel Bayrak van The Hague Peace Projects, op zondag door Tayfun Balcik en Zeynep Cesin (oprichtster van Stichting Children of the Sun).

De met prijzen overladen documentaire On the way to school gaat over de jonge Turkse onderwijzer Emre Aydin die in opdracht van de overheid een jaar les moet geven op een school in een afgelegen Koerdisch dorp in Zuidoost-Turkije.

Bij aankomst in het dorp en bij het schooltje staat onderwijzer Emre voor een aantal onplezierige verrassingen: er is geen stromend water en de leerlingen spreken geen Turks. Zonder commentaar krijgen we een inkijk in het leven van de gedreven leraar en zien we hoe moeilijk het is om kinderen Turks te leren terwijl ze thuis alleen Koerdisch spreken. Een gevoelig onderwerp dat onderdeel is van de gespannen relatie tussen Koerden en de Turkse staat. Maar langzamerhand wint Emre het vertrouwen van de kinderen en de dorpsbewoners.

De documentaire On the way to school viel in 2009 verschillende keren in de prijzen: de film werd bekroond met de Black Pearl Award voor beste film tijdens het International Middle East Film Festival, de Golden Orange voor beste film tijdens het Antalya Golden Orange Film Festival en tenslotte met de Yılmaz Güney Grand Jury Prize en de SİYAD Best Film Award tijdens het Golden Boll Film Festival.

Wanneer: 28 (18:45) en 29 oktober (16:00)
Waar: Filmhuis Den Haag
Tickets: Filmhuis Den Haag